avatar
     
Stories

Linda (43) was depressief en deed een zelfmoordpoging

'Ik ben de deur uitgegaan en heb mijn man en mijn kind achtergelaten. Mijn zieke brein bedacht dat het een goed idee was om naar het flatgebouw te rijden'

Vorige maand kwam de roman ‘Over de rand’ uit van Linda Romein (43). Het waargebeurde verhaal over een baby met een hersentumor, een depressie, een zelfmoordpoging en een opname in een kliniek. En het belangrijkste: over hoe zij en zoon Lars beiden weer beter werden. Op social media liet ik al weten erg onder de indruk te zijn van Linda’s verhaal. Daarom was ik erg blij toen ze liet weten open te staan voor een interview!

Van onbezorgde, vlotte, vrolijke, reislustige jonge vrouw naar een chaotische impulsieve zieke moeder die suïcidaal is: Linda bewijst dat een depressie ons allemaal kan overkomen. ‘Over de rand’ is een van de meest indrukwekkende boeken die ik de laatste tijd heb gelezen. De schrijfster van dit boek neemt je mee in haar ‘zieke brein’, waardoor zelfs een gezond persoon een akelig goed idee krijgt hoe het is om in een depressie te belanden.

Als lezer ga je mee in de nachtmerrie waarin de jonge moeder Linda terecht komt. Hoewel het onderwerp van het boek zwaar is, is het boek niet zwaar om te lezen: Linda heeft alles wat er gebeurd is zo vlot en begrijpelijk geschreven dat je vooral heel graag door wil lezen. Ik vraag Linda naar haar zoontje met kanker, haar depressie, haar boek en natuurlijk wil ik weten hoe haar leven er nu dertien jaar later uitziet.

Als lezer voel je dat het steeds slechter met je gaat. Had je zelf in de gaten dat je depressief werd?


“Nee, dat is het gekke, als je er middenin zit heb je helemaal niet in de gaten dat je achteruit gaat. Toen Lars een week of zes was heb ik gedacht: er gaat iets niet helemaal goed; ik word toch niet depressief? Maar dat was een eenmalige gedachte die ik in de weken en maanden daarna niet meer heb gehad. Als ik er nu op terugkijk waren er wel veel tekenen dat ik veel spanning had; ik balde continu mijn vuisten en kromde mijn tenen en ik sliep ’s nachts niet meer.”

Je schrijft dat er veel mensen tegen zeiden dat je rust moest nemen, waarom kon je niet naar ze luisteren?


“Veel mensen zeiden dat ik thuis moest gaan slapen en goed voor mezelf moest zorgen, maar het probleem was dat ik thuis totaal geen rust had. Afstand nemen van Lars, die maandenlang lag opgenomen in het Sophia Kinderziekenhuis, was echt onmogelijk en op dat moment geen optie. Er was geen oplossing: in het ziekenhuis was er stress maar thuis was er ook stress. Ik wilde controle houden over mijn kind, dus het ziekenhuis voelde dan nog iets beter dan thuis.” 

Had je verwacht dat je ooit een depressie zou krijgen?


“Nee, totaal niet! Ik heb de opleiding verpleegkunde gedaan en ik heb voor mijn studie stage gelopen op de afdeling psychiatrie. Na mijn eerste dag dacht ik alleen maar: wat zijn al die mensen raar joh! Op de afdeling waar ik dertien jaar geleden zelf zat zaten mensen met de meest rare denkbeelden. Maar toen ik zelf depressief was vond ik al die gedachtes allesbehalve raar.”

Denk jij dat iedereen een depressie kan krijgen?


“Absoluut. Natuurlijk zijn er mensen die er in hun genen al aanleg voor hebben maar als je die aanleg niet hebt dan zijn er meerdere factoren die een depressie kunnen triggeren. In mijn geval was dat: vette stress, slapeloosheid en hormonen. Ik was net bevallen maar maakte geen normale kraamperiode door. Er was alleen maar stress in mijn leven, ondraaglijk veel stress.”

Wat zijn je herinneringen uit je depressieve periode? 

“Ik kan me herinneren dat ik aan het wachten was op de psychiater en allemaal psychiatrisch patiënten voorbij zag komen lopen die motorisch gestoord waren. “Zo word ik ook, nee ik ben het al,” dacht ik toen. En ik kan me nog zo goed herinneren dat ik dacht: ik kan de medicijnen van mijn kind niet eens oplossen, dus ik ben geen goede moeder voor hem. De herinneringen die ik heb heb ik destijds opgeslagen in een depressief brein, dus hoe objectief die zijn kun je je afvragen.”

Kun je het uitleggen hoe het voelt om dood te willen zijn? 

“Het enige dat ik op dat moment dacht was: ik kan hier niet meer mee leven. De situatie was onhoudbaar. En dan was er maar één oplossing: als ik dood zou gaan, dan zou het voorbij zijn. Let wel: deze gedachte werd gevormd vanuit een ziek brein. Nu ik niet depressief ben zou ik nooit tot die conclusie komen. Ik vind het trouwens helemaal niet gek dat mensen die jarenlang psychisch leiden uitkijken naar euthanasie.”

Kun je je de ochtend van je zelfmoordpoging herinneren?


“Op de ochtend dat ik zelfmoord wilde plegen was ik zo depressief dat ik totaal werd overgenomen door de depressie. Ik heb tegen mijn man gezegd dat ik even naar de apotheek ging. Toen ben ik de deur uitgegaan, heb mijn man en kind achtergelaten en ben in de auto gestapt op weg naar de flat. Ik was totaal niet bezig met afscheid nemen, ik heb er niet eens aan gedacht een briefje achter te laten. Mijn handelen en denken werden bepaald vanuit de depressie: mijn zieke brein bedacht dat het een goed idee was om naar het flatgebouw te rijden. De hele autorit kan ik me niet meer herinneren. Toen ik op de flat stond dacht ik: wat is het vervelend druk. Ik zag allemaal mensen lopen en dacht: ga eens allemaal aan de kant!”

Wat denk je als je dat nu vertelt?


“Het is zo vreemd: waarom maakte ik me druk om wildvreemden die daar rondliepen met boodschappenkarren en dacht ik niet aan mijn eigen geliefden? Ik dacht niet aan mijn kind, niet aan mijn man, niet aan mijn moeder. Dat zijn de dierbaarste mensen die ik heb. Nu denk ik: wat had ik iedereen aangedaan? Ik ben een paar weken geleden terug gegaan naar de flat. Helaas bleken de bewoners die me tegen hebben gehouden inmiddels verhuisd.”

Waarom is er nog steeds een taboe op depressie? 

Depressie en andere psychiatrische aandoeningen raken aan je persoonlijkheid en dat maakt het voor mensen moeilijk om er voor uit te komen dat ze lijden onder een depressie. Maar eigenlijk is het net als bij andere ziektes: er is één ziek lichaamsdeel of orgaan. In het geval van depressie is je hoofd ziek.  Je hersenen zijn net als je hart nieren of lever een orgaan dat ernstig beschadigd kan raken. Zo beschadigd, dat je eraan kunt overlijden.” 

Hoe overleefde je huwelijk deze zware periode?


“Mijn man Erik en ik deden het ieder op ons eigen manier. Ik stortte me volledig op Lars en week geen moment van zijn zijde, Erik stortte zich compleet op de literatuur. Hij verzamelde alles wat er over de hersentumor van Lars te vinden was en voerde overleg met artsen in Amerika en Duitsland. We hadden allebei weinig behoefte om dingen samen te doen, behalve dan bij ons kind zijn.”

Ik was verrast hoe snel je beter was: hoe kon je zo snel beter worden?


“Ik was inderdaad heel snel beter. Ik werd begin april opgenomen in de kliniek en was midden mei weer thuis. Ik ben na twee maanden ook gestopt met de medicijnen die ik kreeg. Maar het is geen verdienste van mijzelf: ik heb heel erg geluk gehad. Ik ben tot op de dag van vandaag dankbaar dat de depressie is weggebleven! Toen ik thuis was werd het zomer, Lars was bijna één en het leek heel erg goed te gaan allemaal. Ik voelde me totaal niet meer depressief en was al snel weer de oude, onbezorgde Linda. Ondanks dat we nog jaren tegen de kanker hebben moeten vechten.” 

Je bent snel zwanger geworden van je tweede kind; was je bang dat de geschiedenis zich zou herhalen?


“Nee, ik heb nooit de angst gehad om nog een ziek kind te krijgen. Ik was 32 en wilde heel graag nog een kindje, dus dacht: ‘hup, we gaan voor de volgende!’ Ik heb wel een vruchtwaterpunctie gedaan, omdat ik de kans op een gehandicapt kind wel klein wilde houden. Ik heb heel erg kunnen genieten van de zwangerschap en ben bevallen van een gezonde zoon: Daan. Veel mensen keken er van op dat ik het weer aandurfde maar ik ben een bizar onbezorgd mens. Ik maak me pas zorgen in het leven als er problemen zijn.”

Hoe gaat het nu met Lars?


“Lars is nu dertien jaar en hij is een heel erg vrolijk kind. Door de hersentumor heeft hij een zeer laag IQ en gaat hij anders met emoties om dan een gezond kind. Zijn gedrag is het best te vergelijken met dat van iemand die licht autistisch en licht verstandelijk beperkt is. Hij zit op speciaal onderwijs en zowel daar als op de voetbalvereniging is iedereen gek op hem. Aan zijn gedrag kun je zien dat hij nog erg ‘jong’ is: als hij scoort geeft hij bijvoorbeeld alle ouders een high five! Lars beseft niet wat er met hem is gebeurd. Ik vertel het hem wel, maar hij reageert er niet op. Er komen vanuit hem geen vragen over zijn levensloop en hij is ook niet geïnteresseerd in het boek.” 

Hoe kijk je naar de toekomst, kan Lars oud worden?


“Artsen staan er versteld van dat Lars überhaupt nog in leven is. Niemand weet hoe het gaat lopen in Lars zijn leven. Er is een kans dat hij secundaire tumoren krijgt; dat is altijd een risico wanneer wanneer je bestraald bent. De tijd zal het leren… Ik weet nu al dat Lars in de toekomst altijd bij ons in de buurt zal moeten zijn, maar dat is een opoffering die ik graag doe!”

Hoe gaat het met je tweede zoon, Daan?


“Daan is elf. Hij is gezond, knap en heel erg slim. Daan is heel erg communicatief en dat is voor mij als moeder heel erg fijn, want met Lars is het contact maken moeilijker, die houdt altijd een afstand. Het klinkt misschien raar, maar mijn angst is groter dat ik Daan verlies dan dat ik Lars verlies. Hij komt zo dichtbij mij, hij raakt mij misschien nog wel meer.”

Wat hoop je te bereiken met je boek?


“Ik hoop dat ik door dit boek kan laten zien dat iemand als gevolg van een heftige periode of langdurige stress ernstig uit balans kan raken. Bij mij was de oorzaak een ziek kind, maar het kan ook eigen ziekte zijn, of een scheiding. En wat de oorzaak ook is, depressie is een vreselijk nare ziekte die je zomaar kan overkomen. Ik ben zo ontzettend dankbaar en blij dat de depressie bij mij niet meer is teruggekomen, want ik ben kneiterziek heel ziek geweest, echt niet normaal.

Verder hoop ik dat mensen inzien dat je van medicatie enorm op kunt knappen. Dat het slikken van antidepressiva geen zwakte is. Het is soms, naast andere therapieën, nodig om in balans te komen. Soms kun je dat niet zelf. Een diabetespatient zegt toch ook niet tegen de internist, als het opvolgen van leefstijladviezen onvoldoende blijkt te zijn om de suikerziekte onder controle te houden: “dokter, u zegt dat ik insuline moet gaan spuiten, maar dat wil ik niet. Ik ga er voor zorgen dat mijn alvleesklier zelf weer insuline aanmaakt.” Nou, veel succes ermee, zou ik dan denken!”

Over de rand is verkrijgbaar in de boekhandel en online te bestellen.
Over de rand | Mijn baby met een hersentumor. Mijn depressie. Hoe we overleefden.
| Linda Romein | ISBN 9789021568386 | € 18,99 | ISBN e-book 9789021568393
| e-book € 9,99 |


Denk je aan aan zelfmoord? Neem contact op met 113.


FOTO: PAULA ROMEIN FOTOGRAFIE 

Booking.com