avatar
     
Books

‘Over de rand’: een baby met kanker en een moeder met een depressie

Schrijfster Linda Romein: 'De angsten, de hartkloppingen, de wolk van mist. Ik kan niets meer, doe niets meer, wil niets meer.'

Linda Romein (43) is dolgelukkig als ze in verwachting is van haar eerste kindje, maar de roze wolk is van korte duur: haar zoon Lars komt ter wereld met een kwaadaardige hersentumor. Ze brengt maandenlang door in het ziekenhuis en wordt depressief. Haar zieke, depressieve brein denkt dat er maar één oplossing is voor de gekmakende situatie. Daarom stapt ze in de auto, rijdt ze naar een flatgebouw en doet ze een zelfmoordpoging. “Of ik moet dood, of Lars moet dood. Simpel.”

‘Over de rand’ is een van de meest indrukwekkende boeken die ik de laatste tijd heb gelezen. De schrijfster van dit boek neemt je mee in haar ‘zieke brein’, waardoor zelfs een gezond persoon een akelig goed idee krijgt hoe het is om een depressie te belanden. Als lezer ga je mee in de nachtmerrie waarin de jonge moeder Linda terecht komt. Hoewel het onderwerp van het boek zwaar is, is het boek niet zwaar om te lezen: Linda heeft alles wat er gebeurd zo vlot en begrijpelijk geschreven dat je vooral heel graag door wil lezen: hoe loopt dit af?

Jarenlang heeft boerendochter Linda een onbezorgd leven. Ze studeert verpleegkunde, heeft een mooie studentenkamer en een leuke, knappe vriend. Met hem reist ze tien maanden door Australië, Nieuw Zeeland en Indonesië. Daarna vindt ze een leuke woning en gaat ze als dialyseverpleegkundige aan de slag in het ziekenhuis. Linda is een levensgenieter; een onbezorgd mens, die niet van saai of voorspelbaar houdt. Als lezer leer je de ‘gezonde’ Linda in de eerste hoofdstukken goed kennen. Hierdoor merk je als lezer ook hoe ze tijdens haar depressie verandert en niet meer de persoon is die ze is.

Een kwaadaardige tumor


Als haar zoon Lars dertien jaar geleden wordt geboren met een waterhoofd probeert Linda positief te blijven. Op scans is te zien dat Lars een tumor heeft, maar de artsen gaan er in eerste instantie vanuit dat het een goedaardige tumor is. “Lars heeft een tumor en een waterhoofd. Het kan niet veel erger. Toch voel ik me eigenaardig rustig.” De gedachte dat het ook een kwaadaardige tumor kan zijn blokkeert Linda. Aan nare dingen denkt ze niet. Ze stort zich volledig op de verzorging van haar baby en voelt zich ook niet boos, dat deze situatie haar overkomt.

Toch grijpt de onvoorspelbare en onzekere situatie waarin Linda terecht komt je als lezer behoorlijk aan: zo doen artsen tijdens een heftige operatie een poging de tumor te verwijderen, maar moeten ze hiermee stoppen omdat Lars teveel bloed verliest. Linda en haar man Eric krijgen na de operatie te horen dat hun baby door artsen is gereanimeerd. Lars krijgt drains omdat er hersenvocht lekt en ondergaat echo’s en MRI scans. Op de uitgerekende datum van Linda is Lars 26 dagen oud en krijgt Linda vreselijk nieuws: de tumor in Lars zijn hoofd is kwaadaardig. Haar kind heeft kanker.

Dag en nacht bij Lars

“Eerst hadden wij een kind met ‘alleen maar’ een goedaardige tumor, die verwijderd kon worden. Ik maakte me veel drukker om de drain, het bloed en de druk in Lars zijn hoofd. En nu is alles anders. Onze zoon heeft kanker. Hij moet chemotherapie ondergaan en er is maar een derde kans dat deze aanslaat. Lars is heel ziek. Misschien gaat hij dood.”

Linda is dag en nacht bij haar zoon in het Sophia. Hoewel iedereen tegen haar zegt dat ze rust moet nemen, aan zichzelf moet denken en thuis moet slapen, is dat niet wat ze doet en wat ze zelf wil: Linda wil bij Lars zijn. Dicht bij Lars is ze kalmer dan ergens anders. “Lars is de veroorzaker van alle stress, maar ook degene die me kan kalmeren, mijn slaapmedicijn.”

Geen goede moeder

Hoewel er op de achterflap van het boek een foto staan van Linda met haar dertienjarige zoon Lars kon ik het als lezer moeilijk geloven dat dit doodzieke mannetje blijft leven. Dat Linda het steeds zwaarder krijgt en gebukt gaat onder veel stress en enorme angsten, heb je als lezer denk ik beter in de gaten dan Linda op het moment zelf. De vechtlust die ze voor haar kind heeft straalt door alle bladzijdes heen, maar dat Linda depressief wordt is voor de lezer geen verrassing.

Linda zakt steeds verder weg. Lars kan haar niet meer kalmeren, zij kan er niet mee zijn voor Lars. In de winkel wordt ze gek van alle keuzes die ze moet maken. Koken lukt niet meer en bezoek ontvangen is een hele opgave. Als Lars van de artsen naar huis mag voelt Linda zich radeloos: “De hele nacht lig ik te piekeren. Ik kan helemaal niet voor mijn kind zorgen. Ik ben geen goede moeder. Ik kan al niet meer voor mezelf zorgen, laat staan voor een zieke baby. Mijn hoofd stuurt me niet meer aan, zelfs de simpelste handeling is een enorme opgave.”

“Of ik moet dood, of Lars moet dood”


Als je zelf nooit een depressie hebt gehad is het bijna niet te voorstellen want iemand met een ‘ziek brein’ door moet maken. Toch slaagt Linda er in om door middel van vele kleine voorbeelden een duidelijk beeld te scheppen van hoe zij langzaam wegglijdt. En als lezer voel je ook hoe vreselijk moeilijk de situatie is: er is geen escape. Linda beseft zich dat ze niet in staat is om voor haar kind te zorgen. Om een simpel voorbeeld te geven: ze weet niet eens meer hoe ze zijn medicijnen moet oplossen en is ervan overtuigd dat hij haar een slechte moeder vindt en niet van haar houdt.

“Dan, ineens een gedachte: of ik moet dood, of Lars moet dood. Dat is de enige manier om aan deze onhoudbare situatie een einde te maken. Maar Lars kan niet dood, ik zal mijn eigen zoon nooit iets aandoen. Dus: ik moet dood. Heel simpel. Linda is ervan overtuigd dat zij bij de groep patiënten hoort bij wie een depressie nooit meer overgaat. Ze zal nooit genezen, denkt ze zelf. “De angsten, de hartkloppingen, de wolk van mist. Ik kan niets meer, doe niets meer, wil niets meer. Ik word nooit meer beter. Ik kan er geen dag meer bij hebben.”

“Eén twee huppakkee…”


Als in een trance rijdt Linda naar de flat waar ze al twee keer eerder op is geklommen. De enige optie die er in haar hoofd nog over is, is dat ze zelf dood gaat. “Eén twee huppakkee, één twee huppakeee” moedigt ze zichzelf aan.  Linda schrijft dat het wel lijkt alsof ze tegen een kind praat dat niet van de glijbaan durft: het is haar zieke hoofd dat haar laatste restje verstand aanmoedigt. Dit was een van de momenten waarop ik het tijdens het lezen niet droog hield; er zijn mensen die het niet meer na kunnen vertellen wat er door ze heen ging vlak voordat ze wilden springen. Linda’s sprong wordt godzijdank tegengehouden door twee bewoners van de flat.

Van onbezorgde, vlotte, uwlijke, reislustige jonge vrouw naar een chaotische impulsieve zieke moeder die suïcidaal is: Linda bewijst dat een depressie ons allemaal kan overkomen. Ze wordt opgenomen in een inrichting: “Als iemand me een half jaar geleden had verteld dat ik hier terecht zou komen, had ik diegene keihard uitgelachen.” Haar man Eric zoekt haar samen met Lars op, maar ze voelt zich zo van zichzelf vervreemd, dat ze denkt dat ze geen liefde meer voor haar kindje voelt.

‘Over de rand’: nu te koop 

Wonder boven wonder wordt Linda beter en kan ze voordat Lars één jaar is weer zelf voor hem zorgen: thuis. De artsen staan er versteld van hoe snel Linda weer gezond is. Een ander wonder is dat Lars blijft leven en inmiddels een jongen van dertien is. Ben je benieuwd hoe Linda beter wordt en hoe haar leven verder verloopt? ‘Over de rand’ is zowel in de boekhandel als online te koop.

Over de rand | Mijn baby met een hersentumor. Mijn depressie. Hoe we overleefden. | Linda Romein | ISBN 9789021568386 | € 18,99 | ISBN e-book 9789021568393 | e-book € 9,99 | Verschijningsdatum 30 januari 2018 

Omdat het verhaal van Linda mij ontzettend raakt en ik graag met haar wilde spreken, mocht ik haar interviewen! Dit interview verschijnt deze week op ShePostsOnline. Vragen aan Linda over het boek, kinderkanker of depressie?
Stel ze vooral: [email protected]


Booking.com