avatar
     
Stories

Vluchtelingenkinderen op de Nederlandse basisschool

'Ouders van vluchtelingenkinderen zijn vaak getraumatiseerd en kunnen de ondersteunende rol in het leven van hun kinderen niet aan omdat ze genoeg hebben aan hun eigen problemen.'

“Schipper mag ik overvaren, ja of nee? Moet ik dan ook geld betalen, ja of nee?” Het is een drukste van jewelste op het schoolplein van basisschool De Wereldwijzer in Eindhoven. Ruim twintig jonge kinderen rennen, springen, huppelen en hinkelen op en neer van de één naar de andere boom. Als je ze zo bezig ziet, is het moeilijk voor te stellen dat zij een aantal maanden geleden doodsangsten uitgestaan hebben op een gammel rubberbootje op de Middellandse zee, om van het oorlogsgeweld uit hun thuisland te ontsnappen, op zoek naar veiligheid in Europa.

Al eeuwenlang komen er vluchtelingen uit de hele wereld naar Nederland. Zij zijn in hun eigen land niet veilig en hopen in Nederland een beter leven te krijgen. Er zijn nog nooit zoveel mensen op de vlucht geweest als op dit moment. Mensen verlaten huis en haard en beginnen aan de lange, levensgevaarlijke tocht naar veiligheid. De beelden van omgeslagen rubberbootjes op de Middellandse Zee zijn voor ons in Nederland bijna dagelijkse kost geworden. “Weer honderd dode vluchtelingen”, horen we dan op het NOS-journaal en zonder dat we het merken, doet het ons elke keer een beetje minder. 

Elk kind is er één

Totdat je een vluchtelingenkind ontmoet. De onschuld zelve, met grote bruine ogen die je doen smelten. Zo één die in gebrekkig Nederlands aan je vraagt of je een ‘spellertje’ met hem wilt spelen. Die keihard in de lach schiet wanneer je een puzzelstukje expres verkeerd in de puzzel legt. Dan realiseer je je: elk kind is er één. Op 8 december 2015 schrijft  Trouw dat het een onmogelijke opgave blijkt om alle burgerslachtoffers van de oorlog in het Midden-Oosten te tellen en ook Stichting Vluchteling komt eind 2015 met een zorgwekkend bericht: “Voor kinderen is Syrië één van de gevaarlijkste plekken ter wereld. Van de 9,3 miljoen mensen die acute humanitaire hulp nodig hebben is de helft kind. Volgens een recent rapport van UNICEF wonen naar schatting 1 miljoen Syrische kinderen in voor hulpverlening slecht bereikbaar gebied. 2,8 miljoen kinderen gaan niet naar school. Tevens hebben naar schatting 2 miljoen kinderen psychische hulp nodig na traumatische oorlogservaringen”.

Recht op onderwijs

Slechts een klein deel van deze kinderen heeft het geluk dat hun ouders of verzorgers geld hebben om hen naar ‘het veilige Europa’ te brengen en een nog kleiner deel komt uiteindelijk terecht in Nederland. Wanneer een vluchtelingenkind in Nederland terechtkomt, heeft het na 72 uur officieel al recht op onderwijs. Dit heeft de Leerplichtwet uit 1969 zo bepaald. Vanwege de grote instroom van vluchtelingen en hun kinderen in de afgelopen jaren, lukt het niet om de kinderen al zo snel in de Nederlandse schoolbanken te krijgen. Ellen den Arend, die op de afdeling ‘Onderwijs en Armoede’ van de gemeente Tilburg werkt, legt de taakverdeling in het realiseren van vluchtelingenbasisonderwijs uit. “Het COA is verantwoordelijk voor het leerlingenvervoer. De gemeente is verantwoordelijk voor de onderwijshuisvesting en de scholen zijn verantwoordelijk voor het onderwijs. Maar je hebt elkaar alle drie nodig om het te kunnen realiseren”. Den Arend vertelt dat het organiseren van vluchtelingenbasisonderwijs niet makkelijk is omdat het budget niet hoog is. Dit is dan ook de reden is dat schoolbesturen niet altijd staan te juichen om basisonderwijs voor vluchtelingenkinderen te organiseren.

De Onzichtbare Koffer

Als er vluchtelingenbasisonderwijs georganiseerd wordt, moet dit ook goed gebeuren volgens klinisch psycholoog Leony Coppens. Een vluchtelingenkind kan niet vergeleken worden met een ‘normaal’ kind en heeft een speciale onderwijsbehoefte. In het boek dat Coppens samen met twee anderen schreef over lesgeven aan getraumatiseerde kinderen, vertelt ze over de ‘onzichtbare koffer’ die elk getraumatiseerd kind met zich meedraagt. Het gedrag van een kind is slechts het topje van de ijsberg en in de onzichtbare koffer zitten alle overtuigingen en ervaringen die hij in zijn leven heeft opgedaan. Het is van groot belang om rekening te houden met deze onzichtbare koffer en je dient uiterst voorzichtig met de inhoud om te gaan. Wanneer een kind nieuw in de klas is, is het moeilijk om de inhoud van zijn onzichtbare koffer in te schatten. Na een tijdje is er in de meeste gevallen wel een gedragspatroon te herkennen en kan je proberen de achterliggende redenen van dit gedrag te achterhalen.

Open communicatie met het kind

Soms is het niet wat het lijkt. Een kind dat vaak agressief reageert, niet luistert en waarvan het bijna lijkt alsof hij zijn best doet om de klas uitgestuurd te worden, hoeft niet bij voorbaat een ‘vervelend kind’ te zijn. De kans is groot dat hij overtuigd is dat anderen hem een slechte jongen vinden en is het voor hem makkelijk om maar meteen de klas uitgestuurd te worden. Dat levert dan minder stress voor hem op. Veel mensen zouden inderdaad de stempel ‘slecht’ of ‘vervelend’ op zijn voorhoofd drukken en dit versterkt zijn overtuiging dat het ook daadwerkelijk zo is. Een negatieve cirkel als deze moet doorbroken worden om te voorkomen dat de overtuiging chronisch wordt.

Hoe je deze cirkel kunt doorbreken? Dat is niet zo ingewikkeld als dat het klinkt. Coppens benadrukt hoe belangrijk open communicatie met getraumatiseerde vluchtelingenkinderen is. “Benoem alles”, is haar advies. Als een kind bijvoorbeeld met pennen door de klas gooit, kan je het volgende zeggen: “Stop maar met gooien, want door pennen te gooien kun je andere kinderen pijn doen. Ik denk niet dat dat je bedoeling is, maar stop toch maar met gooien”. Als het kind vijf minuten later nog steeds geen nieuwe pen door de klas gegooid heeft, kan je nog zeggen: “ik vind het fijn dat je weer rustig bent, je hebt het goed opgelost”. Zorg ervoor dat je op je hurken gaat zitten zodat je op ooghoogte met het kind kan praten.

Omgaan met trauma’s

Als basisonderwijzer van vluchtelingenkinderen kom je regelmatig voor moeilijke situaties te staan en zal je vaak genoeg aan jezelf twijfelen. Misschien heb je het idee dat sommige kinderen je niet vertrouwen en voel je je daardoor wel gekwetst. Dit hoeft niet. Bijna alle vluchtelingenkinderen hebben geweld en terreur meegemaakt en hebben hierdoor letterlijk hun vertrouwen in de mensheid verloren. Ze associëren volwassenen met de oorlog en hebben gezien wat voor vreselijke dingen volwassenen kunnen doen. Het kan een hele tijd duren voordat je leerling je volledig vertrouwt. Probeer dit proces ook niet te pushen; dat werkt vaak alleen maar tegenstrijdig. Wat je tegen een kind kan zeggen is: “ik weet dat je vervelende dingen hebt meegemaakt. Dit zal best moeilijk voor je zijn. Als je hier niet over wilt praten, vind ik dat goed. Maar je mag altijd naar me toekomen als je dat wel wilt”. Dit heeft voormalig basisonderwijzer Pierre Pourchez in de jaren negentig gezegd tegen zijn leerling Emina, een vluchtelingenkind uit voormalig Joegoslavië. Het heeft even geduurd, maar uiteindelijk kwam ze wel naar hem toe met een tekening van het opgeblazen winkeltje van haar vader, om vervolgens het hele verhaal te vertellen.

Onderdompelen in de Nederlandse taal en cultuur

“Een verhaal vertellen? Dat kunnen mijn leerlingen helemaal niet want zij spreken bijna geen Nederlands”, hoor ik je nu denken. De taalbarrière tussen jou en je leerlingen kan een flinke belemmering zijn in het leren van nieuwe dingen en het opbouwen van een band. Daarom is het van groot belang dat je veel aandacht besteed aan de Nederlandse taal om de taalbarrière zo snel mogelijk te overwinnen. Het leren van de Nederlandse taal is een grote stap op de integratieladder en maakt het voor de kinderen makkelijker om contact te leggen met Nederlandse klas-, school- en/of buurtgenootjes.

Volgens Pourchez is er geen betere manier om kinderen zo snel mogelijk te laten integreren: “dompel ze maar onder in de Nederlandse taal, cultuur, gewoontes en tradities”. Pourchez heeft veel geleerd van de NT2-cursus die hij jaren geleden gevolgd heeft. Hij vertelt dat je met deze kennis veel probleemsituaties kunt overwinnen en op creatieve manieren kinderen de Nederlandse taal aan kunt leren. Toch is hij ervan overtuigd dat de taalbarrière geen grote rol hoeft te spelen in het contact met leerlingen en spreekt over een ‘instrumentje’ dat je als onderwijzer moet hebben om te communiceren met kinderen. Als je dat hebt, maakt het volgens hem niet uit of je een Chinees, Russisch of Syrisch kind voor je hebt: je kunt met hem communiceren.

De taalbarrière is niet de enige belemmering in het integreren van vluchtelingenkinderen. Niet zelden heb je ook te maken met een cultuurbarrière, die voor onverwachtse situaties kan zorgen. Zo is het in veel landen normaal om kinderen te slaan als ze niet luisteren of als ze een slecht cijfer gehaald hebben op school. Sommige ouders hebben er problemen mee dat hun dochter in een gemengde klas van jongens en meisjes zit en weigeren dan hun kind naar school te laten gaan. Ook religie speelt een rol in de cultuurbarrière. Een groot deel van de huidige vluchtelingenkinderen is islamitisch en doen vanaf een bepaalde leeftijd mee met de Ramadan.

Als onderwijzer is het dan belangrijk om hier aandacht aan te besteden in de klas, zodat eventuele lokale kinderen ook begrijpen waarom Ali en Omar achter de computer mogen tijdens de lunchpauze. Als de taal het toelaat, is het een goed plan om de kinderen zelf erover te laten vertellen. Het beste wat je kunt doen, is altijd een open communicatie behouden. Met de kinderen, maar ook met hun ouders. Coppens adviseert om altijd te vragen als je iets niet weet. “Dat vinden de kinderen nog leuk ook, omdat zij jou dan een keer iets nieuws kunnen leren in plaats van andersom” legt ze uit. Wees geïnteresseerd in de achtergronden van de kinderen en bespreek deze openbaar met ze. Op deze manier leren ze elkaar beter begrijpen.

Ouders van vluchtelingenkinderen

Als laatste wordt het belang van de communicatie met de ouders van de vluchtelingenkinderen benadrukt. Je wordt als onderwijzer geacht te weten in wat voor thuissituatie het kind zich bevindt. Waarom? Omdat ouders de ondersteunende factor spelen in het leven van een kind. Zij horen de vertrouwde omgeving te zijn. Ouders van vluchtelingenkinderen zijn zelf vaak getraumatiseerd en kunnen de ondersteunende rol in het leven van hun kinderen niet aan omdat ze vol zitten met hun eigen problemen. Als je merkt dat een kind in je klas geen steun heeft aan zijn ouders, is het verstandig om hier een melding van te maken. Dit kan bij het COA, zij kunnen dan –indien nodig- op zoek gaan naar professionele hulp voor de ouders, zodat die hun kinderen weer kunnen begeleiden. Pourchez vertelt dat hij altijd zijn best gedaan heeft om de ouders van Emina te betrekken bij haar schoolperiode. Hij nodigde ze uit voor musicals en voorstellingen en vroeg hen iets typisch Bosnisch te maken voor bij het kerstdiner. Op deze manier waren ze altijd op de hoogte van Emina’s ontwikkeling op school, maar leerden ze zelf ook nieuw mensen kennen dat hun integratie weer goed deed.

Onderwijzer of psycholoog?

Het vluchtelingenbasisonderwijs is een vak apart. Je krijgt de verantwoordelijkheid om een kind, die waarschijnlijk een uitpuilende onzichtbare koffer bij zich draagt, klaar te stomen voor de Nederlandse samenleving. Je hebt te maken met zoveel verschillende factoren die de integratie van het vluchtelingenkind belemmeren en aan jou is de taak om deze problemen te overwinnen. Hopelijk heb je iets gehad aan de adviezen die in dit artikel door verschillende professionals geboden is. Vergeet niet jezelf zo nu en dan een klopje op je schouder te geven: dat verdien je. Soms lijk je meer een psycholoog dan een onderwijzer: neem dat voor lief. Jij bent de eerste stabiele factor die deze kinderen in een lange tijd weer hebben en wanneer je hun vertrouwen gewonnen hebt, steken ze hun handjes voor je in het vuur. Tot die tijd: hang in there!!!

Het is ondertussen alweer een jaar geleden dat ik begon aan mijn afstudeerscriptie, met als onderwerp ‘Basisonderwijs aan vluchtelingenkinderen in Noord-Brabant’. Zelf kwam ik regelmatig op het AZC en probeerde dan een steun en afleiding te zijn voor de mensen die daar behoefte aan hadden. Samen koken, tafelvoetbal spelen of gewoon gezellig in de zon zitten met een bak koffie. Ik heb veel ervaring met buitenlanders en andere culturen en vond het prachtig om ook deze mensen te leren kennen. Ik maakte vriendjes met de 8-jarige Achmad, een Syrisch jochie die een grote indruk op mij heeft achtergelaten. Toen ik voor een afstudeeronderwerp moest gaan kiezen, hoefde ik dan ook niet lang na te denken. Een half jaar geleden studeerde ik dan ook succesvol af en kijk ik terug op een hele leerzame en mooie periode. En ik heb er een aantal goede vrienden aan overgehouden! 

Janiek Sol – juni 2016 – Hogeschool van Amsterdam 

Booking.com