avatar
     
Blogs

“Gadverdamme, het stinkt hier!”

'Theatraal zette ze duim en wijsvinger als een knijper op haar neus en keek met grote ogen naar de man in het oranje overall die vanaf de trekker naar ons zwaaide'

We  besloten een week te gaan camperen bij de boer in de Betuwe. Mijn oudste dochter viel ter hoogte van Utrecht al in slaap en ontwaakte toen we afslag Wadenoijen namen. Ik vond dat best exotisch klinken. We reden langs schattige boerderijen waar je kersen kan plukken, proeven en kopen, en mijn kind begon alsof we al twaalf uur onderweg waren te mekkeren en te vragen of we er nou eindelijk al eens waren. Het was 41 minuten van deur tot deur.

“Gadverdamme! Het stinkt hier!”

Toen we op de boerderij arriveerden schoof ze de deur van de auto open, sprong eruit en riep KEIHARD: “Gatverdamme! Het stinkt hier!” Theatraal zette ze duim en wijsvinger als een knijper op haar neus en keek met grote ogen naar de man in het oranje overall die vanaf de trekker naar ons zwaaide. Mijn kind maakte een grote boog om zo ver mogelijk bij de koeienstallen weg te blijven. Boer Cor vertelde ons dat hij erg druk was en dat normaal gesproken De Vrouw de campinggasten ontving. Mijn kind vertelde Boer Cor recht in zijn gezicht dat zij het erg vond stinken op zijn bedrijf en Boer Cor vroeg haar hoe het rook als zij zelf naar de wc ging. Ze antwoordde dat haar poep meteen in het riool verdween, zoals het hoort. Boer Cor verzekerde haar dat ze het over twee dagen lekker vond ruiken op de boerderij.

Omdat De Vrouw boodschappen aan het doen was, hielp Boer Cor ons aan het welkomstpakket met lampenolie en kaarsen, want in de Betere BoerenBed tent is geen electriciteit. We hadden dit de kinderen van tevoren verteld, maar toen we de tent binnenkwamen vroegen ze waar de lichtknop en het stopcontact waren. Voor onze baby hadden we een campingbed, box en kinderstoel gehuurd. Toen De Vrouw van De Boer zich even later kwam voorstellen vertelde ik haar dat de kinderstoel niet helemaal veilig was en dat ook er een riempje mistte. Het antwoord van De Vrouw: “dan zet je die toch even vast, en je kan d’r zo een spijker in slaan om d’r een riempje in te maken!”. Dit was het moment waarop ik begon te begrijpen waarom mijn kind zich als een verwend nest gedroeg; was ik het zelf misschien ook?

Baby in een wandelwagen vol hooi

De dochter van De Boer en De Vrouw heet Janneke en zij gaf ons een rondleiding over de boerderij. Zij gaat de boerderij in de toekomst overnemen en de kinderen noemden haar De Lieve Boerin. Janneke was dertig en had een baby van zeven maanden, die in een wandelwagen vol met hooi in de koeienstal werd geparkeerd als mama aan het werk was. Soms was de wagen met de baby ook een uurtje onbemand, maar ook dat was geen enkel probleem. Er kwam namelijk altijd wel even iemand langs die het kindje wat aandacht kon geven. Of niet, en daar krijgt een baby ook niks van. Reality check twee.

“Hop, vegen!”

Mijn kleuter was ondertussen volledig geïntegreerd op de boerderij en had de tijd van haar leven in de hooischuur. De lieve boerin zei tegen de kinderen dat ze elke dag mochten helpen met het voeren van de kalfjes, dus de kinderen stonden de volgende dag om klokslag vijf uur paraat. Boer Cor kwam langs en zei “Ja.., Vijf uur, half zes, dat weet je nooit, hoe laat of dat wordt, dat je gaat beginnen met de kalfjes.” De kinderen wachtten geduldig en schrokken zich een ongeluk toen De Vrouw aankwam lopen met een kruiwagen. Licht gespannen betraden ze de koeienstal. Mijn dochter zei nadat ze twee meter de stal in was gelopen heel theatraal dat ze niet verder ging omdat het voor haar niet goed voelde. Ze was bang voor de koeien en wilde naar de tent. Ik hoorde mezelf zeggen dat dit heel logisch was omdat het de eerste keer was dat ze in een koeienstal was, maar De Vrouw riep: “Onzin! Hop! Vegen! Pak een bezem, en vegen!”

Niet doen wat De Vrouw zei was geen optie, dus de kinderen pakten een bezem en begonnen de stal aan te vegen. Daarna mochten ze de kalfjes eten geven. Mijn dochter bewaarde echter een gepaste afstand, maar was over haar grootste angst heen. En De Vrouw bleek ook een lieve boerin, want de volgende dag stond mijn kind alweer klaar om de kalfjes te voeren. En dit keer durfde ze een heel stuk dichterbij te komen. Ze knoopte alles wat De Vrouw zei goed in haar oren.

Het was inmiddels duidelijk dat Boer Cor en De Vrouw zeer nuchter en zeer praktisch zijn. Toen ons buurjongetje van zeven mijn bumper eraf reed met een skelterrace en keihard stond te huilen zeiden alle meelevende campinggasten dat het iedereen had kunnen overkomen en dat het gelukkig maar een auto is, en dat je materiaal kunt vervangen. Daar dacht De Vrouw anders over. “Belachelijk! Een skelterrace houd je niet langs een rij met geparkeerde auto’s, hoe haal je zoiets in je hoofd!?”

Homemade kip, pizza en rosé

We gingen steeds meer van Boer Cor, De Vrouw en De Lieve Boerin houden. En van Nico; een van de boerenzoons, die in het donker een Ikea ledikant in elkaar kan zetten en mijn bumper na het eenzijdige skelterongeluk professioneel wist vast te schroeven. We leerden alles over koeien, kalfjes en de huidige melkprijzen, we aten homemade kip uit de oven en mochten onze eigen pizza’s beleggen die Boer Cor trots bakte in zijn pizza-oven. Die avond schonk hij rosé en had hij zijn oranje overall verwisseld voor een frisse roodwit geruite blouse.

Mijn dochter ging van katten houden en maakte vriendinnen, en onze baby bleek een echte koeienliefhebber, en schoof als je haar losliet op haar billen richting de stal en schaterde het uit als ze de kalfjes zag. We stookten op hout, liepen op laarzen en gebruikten een kruiwagen als buggy. We aten verse eieren bij het ontbijt en hadden ’s nachts de slappe lach als we vanuit het niets een paard hoorde hinniken of een koe hoorde loeien.

Na een week zat onze vakantie erop en reden we terug naar de stad. Toen we twee dagen later een bezoekje brachten aan de kinderboerderij zei mijn dochter: “Oh, wat ruikt het hier lekker…!” En als ze haar neus in de lucht steekt omdat ze geen zin heeft om iets te doen wat wij haar vragen zeggen we tegenwoordig: “Hop, vegen!”