avatar
     
Stories

Zomercadeautje: hoofdstuk uit ‘Papa’s bloed’

'Het boek beschrijft de zoektocht naar geluk na de diagnose van een levensbedreigende ziekte.'

Dennis Verweijen (1980) is de auteur van het boek Papa’s bloed. Tot zijn 35ste heeft hij een vrij en onbezorgd bestaan. Hij is sportief, heeft een leuke baan en een druk sociaal leven met zijn liefde Anke. In mei 2015 staat zijn wereld op zijn kop als hij de diagnose myeloïde leukemie krijgt. 

Hoe zijn vrouw Anke het leven met haar zieke man Dennis beleeft kon je al eerder lezen op ShePostsOnline. Het boek Papa’s bloed beschrijft de zoektocht naar geluk na de diagnose van een levensbedreigende ziekte. Het stel komt van de ene op de andere dag terecht in een wereld vol onzekerheid, verlangen, hoop en troost.  Ze vieren de kleine en grote momenten en probeert samen hun dromen te verwezenlijken. Hoewel Dennis doodziek is besluiten ze samen een gezin te stichten. In mei 2016 wordt dochter Robin geboren en eind oktober verwachten ze hun tweede kindje.

Met de opbrengst van het boek steunt Dennis Stichting Matchis. Een stichting die zich inzet om zoveel mogelijk stamceldonoren te werven. Speciaal voor de lezers van ShePostsOnline geeft Dennis een hoofdstuk uit zijn boek cadeau! Een hoofdstuk dat alles bevat: de liefde, de de ziekte, het nieuws dat er geen donor is gevonden en de kinderwens…

Ben je enthousiast en wil je het boek mee in je koffer als je op vakantie gaat? Je kunt het boek hier bestellen. Wij wensen je veel leesplezier!

To donor or not to donor

The day after. De wekker gaat en na twee keer snoozen sta ik op. Door

alle intense momenten van de bruiloft vielen we gisteren samen pas

laat in slaap. De huwelijksnacht was niet zoals het in een romantisch

verhaal beschreven wordt, maar daar maal ik niet om. Dit is de eerste

volledige dag dat Anke officieel mijn vrouw is en dat telt. Ik zit nog

vol adrenaline en heb energie voor tien. Ik zou bijna vergeten hoe

belangrijk deze dag is en wat hier allemaal van afhangt. Om halftien

moeten we ons melden in Nijmegen. Is er een donor? Is er daardoor

een kans dat ik genees? Zal ik ooit mijn eenjarig huwelijk met Anke

kunnen vieren? Ik werk mijn ochtendritueel af: pillen slikken, ontbijtje,

mezelf wassen, temperaturen en nog even naar het toilet. Ik ben klaar

voor vertrek. Anke staat al met de sleutels bij de deur. Onderweg naar

Nijmegen zijn we vooral lacherig en praten we over de bruiloft. Hoe

dichter we bij Nijmegen komen, hoe meer gespannen we zijn. We

hebben er het volste vertrouwen in dat de arts de juiste woorden gaat

zeggen. De woorden die we willen horen. Er is tenslotte 80 procent

kans op een match. Ik heb geen gemengd bloed. Wat kan er misgaan?

 

We melden ons bij de balie en nemen plaats in de wachtkamer. Het

moment van de waarheid komt steeds dichterbij en de spanning loopt op.

Dokter Jans wenst ons goedemorgen met een glimlach. Anke en

ik nemen plaats in de spreekkamer. ‘En vertel. Hoe was jullie bruiloft?’

Anke en ik vertellen enthousiast over deze voor ons bijzondere dag.

We laten trots de foto’s op onze telefoons zien. Het begint meer op

een gezellig theekransje te lijken, dan op een poliafspraak waar iets

heel belangrijks verteld gaat worden. Is dit een goed voorteken? Maar

vervolgens slaat het gesprek om en volgt er een serieuzere toon. ‘We

zitten hier samen om je uitsluitsel te geven of er wel of geen geschikte

donor is en helaas heb ik slecht nieuws voor je.’

 

‘We hebben geen donor gevonden die voldoende matcht om het

traject richting stamceltransplantatie in werking te zetten.’ Dokter

Jans neemt even pauze en we laten het nieuws op ons inwerken.

Hardhandig wakker geschud, stamel ik: ‘Ik ga dood, ik ga dood.’ Maar

hoe vaak deze woorden ook over mijn lippen rollen, ik kan het niet

geloven. Ik wil de strijd aangaan, maar krijg er de kans niet voor.

Met tranen in haar ogen houdt Anke me troostend vast. Gisteren

was ik voor haar nog bijzonder en uniek, maar blijkbaar denkt de

wereldwijde donorbank daar hetzelfde over. Geen match. Het feest is

voorbij. Een foute film speelt zich af in slow motion. Gedachtes vliegen

door mijn hoofd. Het woord ‘kinderwens’ staat nu geschreven in een

zwart kader. Zal ik je ooit ontmoeten?, vraag ik me af. Laat staan zien

opgroeien? Alles lijkt onzeker en mijlenver weg.

 

Dokter Jans vertelt over het behandeltraject dat we nu ingaan. De

woorden vallen nog voordat ze mijn oren bereikt hebben op het

bureau of ze schampen mijn oren en vallen achter me. Slechts enkele

woorden bereiken daadwerkelijk mijn gehoor. ‘We gaan een palliatief

traject in. Deze kuur duurt vier maanden en we denken dat jij dit wel

doorkomt. Daarna moet je nog in maanden denken.’ Met mijn snelle

rekenkunst kom ik uit op ongeveer een halfjaar … Dan haal ik wellicht

kerst en mijn verjaardag nog. ‘Als je op internet kijkt, lees je ook wel

verhalen van volledige remissies, maar met jouw risicoklasse moet je

niet op een wonder rekenen’, voegt ze nog toe. Als ik nog enige hoop

had op dat moment, dan is die nu in ieder geval volledig weg. Het kan

maar duidelijk zijn. Aan valse beloftes heeft niemand iets. We worden

nog even alleen in het kamertje gelaten en krijgen van een lieve

verpleegkundige een glaasje water. We houden elkaar vooral stevig

vast en de stilte overheerst. Dokter Jans komt terug en wenst ons veel

sterkte. Ze hebben er alles aan gedaan, maar het mag helaas niet zo

zijn. We lopen weer door de wachtkamer en de mensen kijken ons

aan. In de auto beseffen we dat we nu onze naasten van dit slechte

nieuws op de hoogte moeten brengen.

 

Anke rijdt. Ik verzamel al mijn moed om mijn ouders, Mark en Stefan

te informeren. Je zou zeggen dat het gemakkelijker wordt als je vaker

slecht nieuws vertelt, maar het went nooit. Dit voelt nog rotter dan

het nieuws zelf te horen krijgen. We besluiten om naar mijn ouders

te rijden en mijn broers in de auto te bellen. Ik schraap mijn keel. De

telefoon gaat over. ‘Met Mark’, hoor ik aan de andere kant van de lijn.

De tranen staan dan al in mijn ogen. ‘Ik heb geen goed nieuws. Er is

geen donor.’ De woorden komen nauwelijks uit mijn strot en mijn

stem stokt, maar de boodschap is duidelijk. Ongeloof en medelijden

klinken aan de andere kant van de lijn. Veel meer woorden zijn er

niet meer gezegd. Mark besluit om, net als wij, naar papa en mama

te rijden. Dit ritueel herhaalt zich als ik ook Stefan bel om het slechte

nieuws te vertellen.

 

De rit naar mijn ouders verloopt vooral in stilte. Als we de hoek om

rijden, zijn ze de feesttent van gisteren nog aan het opruimen. Mijn

tante zwaait enthousiast naar ons. Onze bescheiden reactie daarop

zegt waarschijnlijk al genoeg. Mijn vader kom ik binnen in de gang

tegen en mijn moeder zit in de huiskamer. Aan onze gezichten is

direct af te lezen dat er geen goed nieuws is. We houden elkaar stevig

vast en beginnen te huilen. Mijn moeder begint half te hyperventileren

en ik probeer haar te troosten en tot rust te manen. Wat is dit klote.

Eenmaal tot rust gekomen leg ik uit wat het vervolgtraject gaat

worden. Ik probeer altijd positief te blijven, maar op deze momenten

valt dat niet mee. Ondertussen heeft Anke ook haar ouders en Marjan

gebeld. Ook zij besluiten om te komen. Mijn broers zijn inmiddels

gearriveerd. Ook mijn schoonzus Kim is erbij. Bij iedereen staan de

tranen weer in de ogen. ‘Nu zijn jullie net getrouwd en een mooie

toekomst wordt jullie ontnomen’, zegt Kim met betraande ogen.

‘Wat moet ik zeggen?’ Dit is de eerste keer dat ik Stefan zie huilen.

Mijn broer is altijd van ‘dat komt wel goed en geen flauwekul’, maar

nu zie ik de onzekerheid in zijn gezicht. De ouders van Anke komen

binnenlopen en we geven elkaar, zonder veel te zeggen, een stevige

knuffel. Marjan blijft buiten omdat ze zich niet met een betraand

gezicht in de kamer wil vertonen. Na de mededeling dat zelfs Stefan

gehuild heeft, komt ook Marjan de kamer binnen. Een stevige knuffel

volgt.

 

Omdat weertechnisch gezien de zon deze dag wél schijnt, besluiten

we buiten op het terras te gaan zitten. Oma sluit ook aan en lijkt niet

te begrijpen wat er allemaal gaande is. Uiteindelijk wordt het voor

haar ook duidelijk. ‘Ik wil nog lang niet dood, maar als ik kon ruilen,

dan deed ik dat meteen’, zegt ze. Helaas werkt het niet zo en ook ik

wil niet dat oma doodgaat. Als mijn neef en beste vriend Tom arriveert,

is de club compleet. Terwijl bij ons de tranen aan het opraken

zijn, zorgt Tom weer voor een nieuwe productie. Al huilend verstopt

hij zijn hoofd in zijn shirt. ‘Is er dan niks meer mogelijk, ook niet in het

buitenland of zo?’ Ik moet hier tot mijn spijt ontkennend op antwoorden.

We stellen meteen een mail op, zodat ook alle overige familie,

vrienden en kennissen geïnformeerd zijn. We benadrukken dat dit

nieuws niks afdoet aan de geweldige dag die we gisteren gehad hebben.

De rest van de middag heerst er een verslagen stemming, maar

er wordt ook weer voorzichtig gelachen. De rust lijkt enigszins terug

te keren. De ouders van Anke en Marjan vertrekken rond etenstijd

naar huis. Wij worden door een vriendin van mijn moeder verwend

met een heerlijke pan macaroni. Mijn schoonzus Miranda arriveert op

dat moment en sluit rustig aan tafel aan. Er is genoeg gesproken deze

dag. Aan steun in ieder geval geen gebrek. Snel daarna gaan Anke en

ik weer naar huis. We zijn moe van het nieuws en alles daaromheen,

en willen vooral even rust.

 

Thuis ligt de tafel nog vol met cadeaus en kaarten van de bruiloft. Hoe

confronterend kan het zijn. We gaan op ons balkon zitten. We bekijken

alles nog een keer goed en proberen weer in de sfeer van de bruiloft

te komen. Het gedicht van mijn schoonmoeder Els en de lipdub die

mijn vrienden gemaakt hebben, komen nu extra binnen. De tranen

biggelen over mijn wangen. Gelukkig is Anke er dan altijd met haar

troostende woorden en een arm om mijn schouder. We praten nog

na over de bruiloft en over wat we vandaag allemaal te horen hebben

gekregen. Totaal uitgeput zoeken we ons bed op en vallen we vrij snel

in slaap. Wat een dag! Hoe nu verder?