avatar
     
Blogs

In de stiltecoupé

'Het Groningse drietal begint uitgebreid de dag door te nemen'

Ja ik ben d’r zo eentje. Zo’n troela. Zo eentje die zich mengt in de gesprekken in de stiltecoupé van de trein. Eventjes maar. Om te vragen of ze iets minder prominent aanwezig kunnen zijn met hun stem. Ik doe dat heus niet in de eerste minuut dat we rijden hoor. Ook niet in de tweede. Maar op gegeven moment kan ik het niet laten.

We hobbelen al even voort over de rails van Amsterdam richting Groningen. Ik heb mijn boek, ik heb mijn koffie, ik zie weilanden aan mij voorbij gaan, ik ben gelukkig. Met mij zijn een paar Groningse dames ingestapt in de –jawel, daar komt ie- stiltecoupé. Klein van stuk. Wat stevig. Kort, pittig haar. Het drietal begint de dag nog eens door te nemen. Dat het zo leuk was in Amsterdam. Ik heb daar begrip voor. Na tien minuten lijkt het mij een mooie tijd om af te ronden, zeker als de meest praatgrage vrouw van de drie ook andere reizigers begint te vragen naar hun dag.

“O” zegt diezelfde vrouw uiteindelijk, “we zitten in de stiltecoupé.”

Ah kijk, ze hebben het door, fijn.

“Ik reisde dus laatst naar Hoogeveen ook in de stiltecoupé en toen werd tegen me gezegd dat ik stil moest zijn.”

She’s wouldn’t dare.

“Zo’n onzin! Wat idioot, je mag toch wel gewoon praten? Waar hebben we het over?”

She’s doing it.

Ik draai mij om en verzoek of ze toch iets stiller kan zijn.

“O gut jaaaa hoor, daar heb je d’r weer zo een. Nou mevrouw, zit u lekker te lezen? Zit u lekker daar met uw boek? Gut o gut we leven hier in een IK-maatschapij hoor. IK IK IK. Gaat u maar lekker lezen in dat boek van u!”

Ik (IK) geloof mijn oren niet. Ze blaft ondertussen door. Het kleine, ronde vrouwtje is veranderd in een boze mopshond. De hele coupé, een bomvolle coupé, was verder muisstil. Of ze zich angstig gedeisd of simpelweg aan de regels houden, dat werd niet duidelijk. De dame wordt steeds roder van het schreeuwen en ze houdt vol. Ik dank God op mijn blote knietjes, dat uiteindelijk de kracht van stilte z’n werk doet en het drietal opstaat om ergens anders te gaan zitten.

“NOU DAAAG MEVROUW!” wordt bij de deur nog door de coupé naar mijn hoofd geslingerd. Ze zegt mevrouw, da’s in ieder geval iets. En tot aan Groningen is het rustig. Tot dat ik uitstap.

“DAAR GAAT ZE!” hoor ik gillen vanaf af de andere zijde van het perron. “DAAARRRR!!” Ze gooit een flinke bas in de stem. “NOU HEB JE JE BOEK AL UIT? HEB JE JE BOEK AL UIT??!” Nee dat heb ik niet, maar ik loop door zonder iets te zeggen. Tsja, denk ik even later bij mezelf met een glas wijn in mijn hand voor de schrik. Ik vroeg tenslotte of het iets zachter kon. Daar kun je natuurlijk ook ‘nee’ op antwoorden.