avatar
     
Blogs

Bergje op, bergje af

'Als een kamikaze-skiër nam ik het parcours over'

Wanneer het wintersportseizoen aanbreekt begint iedereen om mij heen te kraaien als baby’s die hun moeder weer zien na een lange nacht. Hippe brillen en broeken worden tevoorschijn getoverd en binnen no-time is mijn Facebook tijdlijn gevuld met lachende mensen in de skilift en een blauwe lucht op de achtergrond: #snow #fun. Waarom is half Nederland elk jaar weer bereid er flink wat gespaarde centen aan uit te geven? Ik moest het nog ontdekken.

Een uur pizzapunten eten bij SnowPlanet heeft me overtuigd en daar stonden we dan, ik en nog iemand, in de echte sneeuw van de Franse Alpen. Zo nu en dan een flinke snoekduik makend, gelukkig proefde ik verse sneeuw, maar het ging eigenlijk best vlot met mijn soepele heupjes. Bleek ik een nieuw talent? Ik juichte misschien iets te vroeg.

Als een kamikaze-skiër nam ik het parcours over

Of het ons een goed idee leek om tijdens de laatste les een aparte, golvende baan te nemen, met relatief kleine heuvels heel dicht op elkaar. Nu zou ik als leraar niet zo snel aan aspirant skiërs vragen of ze iets een goed idee vinden, maar daar dacht onze instructrice blijkbaar anders over. Zonder echt te beseffen wat ons te wachten stond, knikten mijn makker in de strijd en ik ja. Daar ging ze dan, onze instructrice, met flinke snelheid naar benee. Geen tip, gewoon gaan. Dus daar ging ik dan, de achtervolging in. In één streep naar beneden was voor een beginneling niet de beste tactiek had ik eerder al geleerd, maar al na de eerste heuvel wist ik niks meer. Na de tweede bult begon mijn vaart aanzienlijk toe te nemen. De twijfel en daarmee ook de angst sloegen me om het hart, en hoe langer ik twijfelde (‘wat te doen?’) hoe sneller ik ging. Als een kamikaze-skiër nam ik het parcours over. Na de zoveelste heuvel (‘wanneer houdt dit op?!’) begon de angst toch echt in te grijpen. Ik leunde achterover (regel nummer 1: Dat moet je dus niet doen) en daar ging ik. Beide benen spartelend in de lucht. Ik vloog. Maar niet van harte.

Een flinke lancering was het zeker, maar alle ledematen functioneerden nog- thank god

Mijn helm was in één forse klap mijn grootste vriend. De latten ben ik ergens halverwege verloren, net als mijn skistokken, de sneeuw zat tussen mijn billen en mijn jas zat nagenoeg andersom. Een passerende ski-dude, die duidelijk zo’n beetje woont op de piste, vroeg me of het gaat en ik antwoordde zo nonchalant mogelijk, mijn lieve roze (kinder)helm ietwat scheef op mijn hoofd. Een flinke lancering was het zeker, maar alle ledematen functioneerden nog- thank god. Terwijl ik mijn verloren spullen bij elkaar raap en alles weer in juiste positie breng, zie ik dat ook leerling nummer twee wat verfomfaaid in de sneeuw ligt. “Ik moest zo hard lachen dat ik ook viel” zei hij even later, wanneer we weer, met ietwat knikkende knietjes, aan het eind van de baan staan.

Enfin, niks gebroken. We hebben gelachen. Ik zeg, volgend jaar weer. Half Nederland begrijpt dat waarschijnlijk.