avatar
     
Stories

Martine heeft een sportverslaving

'Ik sport 12 uur per week. Ik wil goed zijn. En om goed te zijn moet ik dun zijn'

Gezonder eten, meer bewegen, we weten het nou wel. Voor onbespoten groenten kunnen we inmiddels bij de Lidl terecht en bewegen kan al voor €16,95 bij de sportschool-discounter. Dat je ook te ver kunt gaan met gezond eten is inmiddels bekend. Maar wat als je doorslaat met sporten? In de sportschool zie ik ze wel, dames en heren die maar niet van ophouden weten. Wat drijft hen? Geïntrigeerd ging ik op zoek naar de persoonlijke verhalen van mensen die sportverslaafd zijn. Uitgebreid sprak ik met Martine en Dirk*, die de gevolgen van hun obsessie aan den lijve ondervinden.

Opdringerige gedachten over lichaamsbeweging 

In wetenschappelijk onderzoek wordt een aantal maatstaven gehanteerd voor het vaststellen van sportverslaving: er is sprake van gemankeerd functioneren wanneer iemand niet alleen fanatiek sport maar ook opdringerige gedachten heeft over lichaamsbeweging. Hij lijdt onder angsten en depressies en geeft prioriteit aan sporten boven sociale activiteiten en werk. Ook is er een obsessie met het lichaam.

Martine vertelt hierover: “ik woon ver van mijn werk maar pak altijd de fiets. Als ik weet dat ik te laat ga komen denk ik: dan wachten ze maar even. Ik besef dat alles moet wijken voor het sporten maar zo houd ik controle over mijn leven en dat geeft rust.” Een sportverslaafde is meestal niet makkelijk in de omgang en gaat ondanks blessures en tegen medisch advies in door met sporten. Er is sprake van ontwenning als de sporter voortdurend de wens heeft te stoppen of onsuccesvolle pogingen heeft gedaan dat te doen. Bij onderbreking van de sportroutine wordt iemand fysiek ziek en lijdt aan angst en depressie.

Psychische stoornis 

Sportverslaving blijkt een psychische stoornis met dezelfde symptomen als bijvoorbeeld een gok-, internet-, porno-,- of eetverslaving. Het lukt de verslaafde niet meer op een ontspannen manier om te gaan met sportbeoefening en hij raakt gevangen in zeer strikte regels die hij zichzelf oplegt.

Martine: “vroeger vertelde ik nog vol trots dat ik veel sportte maar sinds ik gemerkt heb dat mensen er negatief op kunnen reageren vertel ik het niet meer. ’s Avonds maak ik in gedachten plannen voor mijn sportschema voor de dag erop. Ik ben er steeds mee bezig ondanks dat ik weet dat vaker zou moeten rusten, ook omdat de dokter al blessures heeft geconstateerd. Als ik me niet lekker voel, probeer ik bijvoorbeeld tegen mezelf te zeggen: ga op die bank liggen! Maar dat lukt dus niet.”

Ik kan ik kan wat jij niet kan

Wat bezielt iemand vrijwel dagelijks uren achter elkaar te trainen terwijl minder sporten gezonder is?  Dirk legt het uit: “tegenwoordig doe ik vier keer per week anderhalf uur een combinatie van duurloop, gewichten en cardio, een drastische vermindering ten opzichte van vroeger. Op mijn twaalfde begon ik met atletiek. Ik rende waar en wanneer ik maar kon. Ik voelde me bijzonder omdat ik iets kon dat anderen niet konden. Ik ging constant over mijn grenzen heen. Als je 45 minuten intensief sport, begint je lichaam endorfine (een overdrachtsstof in de hersenen) aan te maken, een soort lichaamseigen morfine. Het werkt pijn-onderdrukkend en zorgt voor geluksgevoelens. In de atletiek wordt het ook wel ‘runners high’ genoemd. Ik raakte verslaafd aan dit ‘stoned’ zijn. Alleen ga je je na twee uur sporten beroerd voelen want de endorfine verdwijnt waardoor je weer pijn voelt.”

Obsessie met je eigen lichaam 

Aan de basis van sportverslaving ligt vaak een grote ontevredenheid door gebrek aan zelfrespect en gevoelens van tekortkoming. Beheersing van je lichaam door sport geeft het idee invloed te hebben op je leven wat stress-reducerend werkt. Bij vrouwen ontstaat sportverslaving vooral door een obsessie met hun lichaam. Door onmogelijke schoonheidsidealen zijn ze nooit tevreden over hun uiterlijk. Voor een perfect gezicht moet je naar de plastisch chirurg maar aan een nieuw lijf kun je zelf werken dus dat wordt de focus. En een slank iemand wordt door de maatschappij gezien als georganiseerd en gedisciplineerd. Martine: “ik sport ongeveer 12 uur per week. De hoofdreden is dat ik goed wil zijn. En om goed te zijn moet ik dun zijn.”

Uit onderzoek in Engeland, Ierland en de VS blijkt dat er een verband is tussen sportverslaving en eetstoornissen. Vrouwen hebben vrijwel altijd een vorm van anorexia of boulimia. Vooral mensen met een dwangmatige persoonlijkheidsstoornis lopen risico. Martine: “een van de redenen waarom ik sport is omdat ik vind dat ik eten moet verdienen. Ik zou best languit op de bank tv willen kijken maar sporten gaat altijd voor.”

Buikspieroefeningen met koorts

Dat sportverslaving gevaarlijk is blijkt uit het feit dat mensen steeds zwaarder en vaker gaan trainen om hun behoefte te bevredigen. Doorlopen met blessures, gebroken botten en dagelijkse dingen als werk, familie en sociaal leven die op de tweede plaats komen. Er kan een sociaal isolement ontstaan. Dirk: “op mijn achttiende ging ik studeren en op kamers wonen. De combinatie met intensief sporten werd zwaar. Ik kreeg veel blessures maar bleef doorgaan, ook tijdens vakanties. Als ik met koorts op bed lag, deed ik nog buikspieroefeningen. Het ergste wat ik heb meegemaakt was een afgescheurde achillespees, op mijn drieëntwintigste. Het was een sluimerend proces met rinkelde alarmbellen die ik genegeerd heb. Ik heb een jaar moeten revalideren.”

Zomaar stoppen is er niet bij voor deze categorie sporters. De angst om controle te verliezen, dikker te worden en hun identiteit als fitte sporter kwijt te raken overheerst. Stopt iemand abrupt, dan ontstaat een scala aan ontwenningsverschijnselen: depressie, angst, rusteloosheid en irritatie, schuldgevoelens, moeheid, slaap- en concentratieproblemen, spierpijn, stijfheid. De meeste sportverslaafden zijn pas dan in staat te stoppen als de blessures zo ernstig zijn dat sporten uitgesloten is. Dirk: “tijdens mijn studie ging het mis. Ik sliep slecht, werd depressief, ging een half jaar niet naar de universiteit. Ik heb in die tijd matig gesport, loslaten was heel moeilijk. Mijn herstel heeft drie jaar geduurd. Ik ben er toen wel achter gekomen dat ik totaal verslaafd was en aan het afkicken was. Het was een erg pijnlijk proces. Nu, jaren later later, heb ik soms nog last van de vele blessures die ik destijds heb opgelopen. Ik heb roofbouw gepleegd op mijn lichaam.”

Wie neemt verantwoordelijkheid?

Hoe voorkom je excessen? Een verslaafde onderkent zijn probleem vaak (te) laat. Ligt er een taak voor sportbegeleiders? Zij zijn in staat signalen en gedragspatronen te herkennen. En de sportschool, moet die urenlang trainen met gewichten of lessen achter elkaar volgen verbieden?

Ik heb het antwoord niet gevonden. Wie het weet mag het zeggen.

*om reden van privacy zijn de namen veranderd